Menu
Site Selector

Mobiliteitsbudget Cash For Car: de Ministerraad keurt het voorontwerp goed

03okt

In het vorige artikel “Cash For Car – klaar tegen 2018 of niet?” stonden we even op de rem omdat vele media lieten uitschijnen dat het cash for car verhaal reeds in juli in kannen en kruiken was. De goedkeuring van de ministerraad en het advies van de Raad van State dienden echter nog te volgen. 

Intussen werd tijdens de ministerraad van vrijdag 29 september 2017 het voorontwerp, waarbij de werknemer zijn wagen kan inruilen tegen een mobiliteitsvergoeding, goedgekeurd. Volgende stap: het voorontwerp wordt voor advies overgemaakt aan de Raad van State.

Tijdens de ministerraad werden de essentiële eigenschappen bij het inruilen van de bedrijfswagen voor een vergoeding nogmaals benadrukt: het vrijwillige karakter voor zowel werknemer als werkgever, neutraliteit voor alle partijen zodat niemand een substantieel nadeel of voordeel ondervindt ten gevolge van de keuze, en het sociaal en fiscaal statuut van de mobiliteitsvergoeding dat concurrentieel is met de bedrijfswagen.
 
De mobiliteitsvergoeding zou binnen het fiscaal recht een belastbaar voordeel van alle aard vormen. Deze vergoeding is bedoeld om de mobiliteitskosten van de werknemer te vergoeden, meer bepaald de kosten tussen zijn woonplaats en plaats van tewerkstelling. Om die reden zou er geen enkele vrijstelling worden verleend op de door de werkgever betaalde verplaatsingsvergoedingen als tussenkomst in het woon-werkverkeer, ongeacht het vervoersmiddel.
 

Volgende stap: advies van Raad van State

Of de mobiliteitsvergoeding de toets van de Raad van State doorstaat, valt af te wachten.
 
Bij het voorstel om de ecocheques te vervangen door een nettovergoeding waarschuwde de Raad van State dat dit ongrondwettelijk kon zijn, omdat het niet verantwoord leek dat voor de vergoeding op het vlak van fiscaliteit en socialezekerheidsbijdragen in een specifieke regeling werd voorzien, die voordeliger is dan een gewoon loon. Dezelfde bedenking zou kunnen gemaakt worden bij de mobiliteitsvergoeding, hoewel deze als belastbaar voordeel zal beschouwd worden. Volgens de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof is een verschil in behandeling slechts verenigbaar met de grondwettelijke beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie, wanneer dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord is.
 
Met andere woorden, enkel indien het voorontwerp redelijke en objectieve argumenten kan voorleggen zodat er geenszins discriminatie of ongelijkheid kan voortvloeien uit de mobiliteitsvergoeding, is er een kans dat de Raad van State een gunstig advies zal geven!
 
Indien dit een positief vervolg krijgt, zou vanaf januari 2018 de bedrijfswagen ingeruild kunnen worden voor een mobiliteitsvergoeding. In dat geval krijgt u van ons een overzicht van de voorwaarden en modaliteiten om deze procedure te overwegen.
 
Wij houden u op de hoogte!
 

Voor meer info kan u ons zoals gewoonlijk bereiken via info@vgd.eu of via het VGD-kantoor in uw buurt.