Kwijtschelding van schulden of alternatieven bij ondernemingen in moeilijkheden

Het gebeurt in de beste families: dochters of zonen die schulden hebben bij hun ouders. Dit gebeurt ook in het bedrijfsleven. Binnen verbonden ondernemingen zitten soms zwakke broertjes, bedrijven die het moeilijk hebben. Wat doe je in zo een geval? Kan het moederhuis die schulden zomaar kwijtschelden? David Lornoy, Tax Specialist bij VGD geeft alle antwoorden!

David Lornoy

Kwijtschelding van schulden of alternatieven bij ondernemingen in moeilijkheden

Het gebeurt in de beste families: dochters of zonen die schulden hebben bij hun ouders. Dit gebeurt ook in het bedrijfsleven, Binnen verbonden ondernemingen zitten soms zwakke broertjes, bedrijven die het moeilijk hebben. Wat doe je in zo een geval? Kan het moederhuis die schulden zomaar kwijtschelden? Een vraag voor David Lornoy van VGD.

Kunnen die schulden zomaar worden kwijtgescholden? 

Dat is mogelijk, maar vooraleer wij zo een transactie mee adviseren, hebben wij graag toch een volledig overzicht omtrent de reden van die schulden. Zijn dat externe marktomstandigheden? Was de kostenstructuur bijvoorbeeld te zwaar? Had men teveel personeel rondlopen. Of zijn er bijvoorbeeld goederen aangekocht tegen een hoge prijs bij een groepsvennootschap? Wanneer we dat allemaal in kaart hebben gebracht, dan kunnen we kijken naar een herstel en dan zien we toch nog altijd dat er een heleboel schulden zijn waarvan we weten dat deze niet of op een veel te lange termijn pas kunnen worden terugbetaald. En dan is schuldkwijtschelding een optie.

Het gaat om verbonden ondernemingen. Wekt dat argwaan bij de fiscus?

Zoiets wekt argwaan. Tussen vreemden worden er geen cadeaus gegeven, maar tussen verbonden ondernemingen spelen er uiteraard andere belangen mee en dat maakt de fiscus wel wat achterdochtig. Van belang is hoe de fiscus kijkt: hij wil die transactie op dezelfde manier benaderen als tussen onafhankelijke partijen. Wanneer dat de fiscus voelt dat daar meer achter zit, dan gaan er correctiemechanismen spelen.

Het is ook een kwestie van: is die transactie of is wat er gebeurt normaal of abnormaal. Moet de fiscus daar een oordeel vellen?

Ja, de fiscus gaat natuurlijk veel sneller zeggen dat het een abnormale transactie is die niet conform is aan de marktomstandigheden. Dat is natuurlijk iets dat wordt ingevuld door de rechtspraak. De rechtspraak is dikwijls meer in het voordeel van de belastingplichtige, hij houdt ook meer rekening met het groepsbelang. Maar uiteraard zoals je merkt abnormaal, dat is een feitenkwestie en men kan eigenlijk ook voorafgaandelijk aan die kwijtschelding naar de rulingcommissie gaan. Men kan zeggen dit zijn de feiten, kaarten op tafel, wat vinden jullie ervan, vinden jullie dit nu een abnormale transactie of niet? Wat we vaststellen is dat zij daar wel een aantal voorwaarden aan koppelen en één van die voorwaarden is een beding van terugkeer naar betere toestand. Met andere woorden, zij gaan akkoord met de kwijtschelding. Die kwijtschelding is definitief, maar wanneer dat de situatie van de vennootschap het toelaat, er is terug winst en de cashflow is positief, dan zal de schuld herleven.

Sinds 2009 is er de WCO, de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen om te vermijden dat ondernemingen te snel failliet zouden gaan, worden zij eigenlijk beschermt tegen schuldeisers. Moeten jullie soms naar de rechtbank stappen om een bedrijf of een zwak broertje in de familie te beschermen?

Ja. Zoals u zelf zegt, de wet continuïteit op de ondernemingen: de continuïteit staat centraal. We zien dikwijls dat er bedrijven zijn die het moeilijk hebben gehad en die een doorstart wensen te nemen en er is ook een externe investeerder en die zegt: ‘Ik wil daar wel in investeren, maar niet tegen die voorwaarden, want ik zie die schuldenberg daar staan.’ En dan gaan we in het kader van een WCO, dan dienen wij een verzoekschrift in, waarin dat wij ook uitleggen: hoe komen we in die situatie, waarom is de continuïteit bedreigd?

Dus de rechter verwacht eigenlijk jullie expertise, maar een objectief oordeel?

Ja, dat is eigenlijk onze taak en wij krijgen veel informatie en cijfers van de klant en wij gaan die objectiveren. Zodanig dat de rechtbank met kennis van zaken een oordeel kan vellen.

En de schuld verdwijnt dan definitief?

De schuld verdwijnt dan definitief, dus wanneer dat de rechtbank daarmee akkoord gaat, kunnen er onderhandelingen worden opgestart met de schuldeisers. Maar belangrijk hierbij is dat die schuldenaar niet belast wordt op het voordeel dat hij krijgt naar aanleiding van die kwijtschelding. Het nadeel in die procedure is uiteraard de tussenkomst van de rechtbank en de bijhorende vonnissen.

Wat als de continuïteit niet kan gegarandeerd worden? Is dan het faillissement onafwendbaar?

Wel, het faillissement is onafwendbaar wanneer dat eigenlijk het vertrouwen geschokt is en er een staking is van betaling. Bij een deficitaire verheffing zien we dikwijls dat schulden worden betaald door een andere groepsvennootschap. Dus er is daar geen geschokt vertrouwen. In dat geval kan een deficitaire verheffing een oplossing bieden mits er akkoord is van alle schuldeisers en buiten faillissement en vermijdt men het smet op het blazoen van de onderneming.

Dan blijft de reputatie min of meer ongeschonden?

Klopt.

Nog vragen? Neem contact op met onze adviseurs!